Een
traditionele leefwijze van bevolkingsgroepen in
afgelegen en, in westerse ogen, ongerepte gebieden
wordt vaak als voorbeeld of aanknopingspunt genoemd
voor (internationale) natuurbescherming. Tradities,
zoals sommige vormen van jacht en het verzamelen van
bosproducten, worden niet zelden, in relatie tot
natuurbescherming, in één adem genoemd
met modieuze termen als win-winsituaties en
duurzaamheid. In het boek 'Maleo, de kip met de gouden
eieren' van Marc Argeloo wordt duidelijk dat
dergelijke traditionele, lokale systemen vaak op
mondiale, economische wetten zijn gebaseerd. Met alle
gevolgen van dien.
In
opdracht van onder andere het Wereld Natuur Fonds en
de Internationale Vogelbescherming heeft de schrijver
de afgelopen tien jaar de rol van de lokale bevolking
in het oosten van Indonesië bij het verzamelen
van de kolossaal grote eieren van megapoden of
grootpoothoenders bestudeerd. Deze vogels leggen hun
eieren niet in een nest, maar maken voor de incubatie
gebruik van zonnewarmte, vulkanische warmte of
rottingswarmte van plantaardig materiaal. Daar waar de
condities optimaal zijn worden jaarlijks tot miljoenen
eieren in de warme grond gelegd. Een natuurlijke
legbatterij op een klein oppervlak als aanleiding tot
het ontstaan van eierraaptradities.
In
het boek worden de resultaten van ornithologisch
veldonderzoek gemengd met onder andere historische
informatie over deze tradities in verdwenen
koninkrijken en op ver weg gelegen paradijselijke
eilanden. Dat alles tegen de achtergrond van de
dagelijkse onvoorspelbaarheid van het leven in
Indonesië. Bioloog Marc Argeloo raakte verzeild
tussen rotankappers, goudzoekers en vleermuisvangers
en het dorpse niveau, waarop het werk was gericht,
veranderde in een kat-en-muisspel met toenmalig
minister en voormalig president Habibie in Jakarta.
Het
boek, dat het midden houdt tussen een avontuurlijk
reisverhaal en een biologische ontdekkingstocht,
verhaalt op aanstekelijke en humoristische wijze over
de geschiedenis van deze eierraaptradities en hun
vermeende rol voor natuurbescherming. Het verhaal
staat niet op zichzelf. De geschiedenis van deze
vogels staat model voor de kritieke situatie waarin de
mondiale biodiversiteit verkeert. Waarin tradities, in
de ogen van de schrijver, hooguit behouden kunnen
blijven als folkloristisch relikwie en ver afstaan van
de harde realiteit van (internationale)
natuurbescherming.
De
eerste exemplaren van het boek worden op donderdag 21
juni in boekhandel Architectura et Natura in Amsterdam
aangeboden aan de heer M. van den Tweel, hoofd
Marketing & Communicatie van het Wereld Natuur
Fonds en Dr. R.W.R.J. Dekker, conservator Vogels van
het Nationaal Museum voor Natuurlijke Historie
Naturalis en voorzitter van de Megapode Specialist
Group van The World Conservation Union.