|

Heuvel
Megapodius forsteni, Haruku, januari 1993

Legstrand
Bakiriang, Centraal-Sulawesi, augustus 1994

Eierhandel
Haruku, Haruku, januari 1993
|
|
Megapoden
Grootpoothoenders
of megapoden zijn een familie van hoenderachtigen waarvan
de vrouwtjes kolossale eieren leggen. Dat doen zij niet
in een nest, maar in verwarmde grond. De zon, vulkanisme
of rottingswarmte van plantaardig materiaal is er
verantwoordelijk voor dat de eieren uitkomen. Deze
broedstrategie luistert erg nauw, met name wat de
grondtemperatuur betreft waarbij de eieren tot
ontwikkeling komen. Voor de meeste soorten ligt de
geschikte broedtemperatuur ergens tussen 31 en 38 graden
C, met als optimale warmte 34 graden. Hoger of lager dan
de maximum of minimum temperatuur betekent onherroepelijk
de dood van het jong. Deze relatieve lage
incubatietemperatuur heeft een ontwikkeling in gang gezet
naar grote eieren met veel eidooier. En daarin schuilt de
grootste bedreiging voor deze vogels. Hun eieren worden
graag gegeten. Niet alleen door bijvoorbeeld hagedissen
en zwijnen, maar vooral door de mens.
Economische
vooruitgang
Grootpoothoenders
komen voor in India (Nicobaren), de Filipijnen,
Indonesië, Maleisië, Papua Nieuw-Guinea,
diverse eilanden in Oceanië en Australië.
Vrijwel zonder uitzondering worden de eieren van de 22
soorten grootpoothoenders door de lokale bevolking
geraapt. Dit eierrapen is vaak op een kleinschalige wijze
ontstaan, waarbij de bevolkingsdruk rond deze
eileglocaties klein was. Dat is in de loop van eeuwen
veranderd. Transmigratie, exploitatie van andere
bosproducten, zoals rotan, werden gecombineerd met
eierrapen en economische vooruitgang eisen hun tol van de
vogels en de eieren. Door deze nauwe relatie met de mens
is door onder andere ambtenaren gedurende de koloniale
tijd informatie vastgelegd in boeken en geschriften over
de rol van de eieren voor lokale economieën en
(voormalige) koninkrijken.
|

Eierhandel
Simbo, Solomon-eilanden
foto © Ross Sinclair
|
|
Traditie
In
de nieuwsbrief voor grootpoothoenonderzoekers (mei, 2001)
vertelt onderzoeker Ross Sinclair over de
eierraaptraditie op Simbo (Solomon eilanden). Daar wordt
60% van het inkomen van de eilandbewoners verkregen uit
de handel in eieren van de Lape, zoals het
heremietboshoen daar wordt genoemd. Op twee vulkanisch
verwarmde legplaatsen van samen 25 hectaren zijn onder
andere kleine hutten gebouwd waarin de legomstandigheden
voor de Lape optimaal zijn gemaakt. Jaarlijks worden
bijna 200.000 eieren verzameld. De laatste jaren kreeg de
bevolking de indruk dat het aantal vogels, onder andere
ten gevolge van het eierrapen, afnam. Er is, met hulp van
onder andere het Wereld Natuur Fonds en in overleg met de
bevolking, een systeem ontwikkeld waarbij de legplaatsen
een deel van het jaar gesloten zijn, eieren mogen dan
niet geraapt worden. Daarnaast is het eierrapen aan
bepaalde uren gebonden. Onder andere deze reguleringen
zijn onderdeel geworden van wetgeving die de toekomst van
zowel de Lape als het inkomen van de lokale bevolking
moet garanderen.
|