Maleo

grootpoothoenders

de schrijver

Maleo

grootpoothoenders

de schrijver

uit het boek

recensies

uit het boek

recensies

 

kijang

Hoofdstuk 4:

'De volgende ochtend verschijnt het natuurbeschermingshoofd met een autootje van het soort dat het straatbeeld in Manado bepaalt. Het lijkt nog het meest op een auto zoals kleine kinderen die tekenen. Een rechthoekig hondenhokje met een stuur en daarachter een laadbak met klep, aangevuld met vier wielen.'

vleermuizenmarkt

Hoofdstuk 6:

'In een hoek van de markt naast de viskramen kom ik bij de vleesafdeling uit. Op bananenbladeren en in rieten manden liggen enkele honderden vleermuizen uitgestald. De meeste hebben het formaat van een rat met een vleugelspanwijdte van ongeveer een halve meter. Maar er zijn ook exemplaren met het formaat van een flinke muis of een klein konijn.

gatenkaasweg

Hoofdstuk 4:

'Na de splitsing bij Kotamobagu verandert het wegdek in een vrijwel aaneengesloten gat. Vrijwel, want tussen de gaten zit plaatselijk een stukje asfalt.

eerste hamerhoenvangst

Hoofdstuk 6:

'Volgens het draaiboek moet de vogel binnen tien minuten van een zendertje zijn voorzien. Met een zaksoldeerapparaatje verbind ik daarna de twee metalen draadjes van de batterij van de zender. Met de ontvanger wordt de frequentie getest en op stand 348 klinkt een regelmatig 'biep-biep-biep' ten teken dat batterij, zender en ontvanger functioneren. Het drie kubieke centimeter en nog geen 25 gram wegende zendertje wordt om de hals van de vogel bevestigd.

blauwoorijsvogel

Hoofdstuk 6:

'Een uur na zonsopkomst loop ik de volgende dag een ronde langs de netten. Ik begin bij het net dat het verst van de post is verwijderd. Het is meteen raak. Tegen de donkere achtergrond hangt een bont rood en roze gekleurde vogel in het net. Het is een blauwoorijsvogel.'

ontmoeting met Habibie

Hoofdstuk 8:

'Met licht knikkende knieën ga ik op de minister van Technologie en Onderzoek, prof. dr. ing. B.J. Habibie af. Groot-industrieel en vertrouweling van president Suharto. Goedlachs en met twinkelende ogen geeft hij mij een hand. Habibie is klein en zit op een lage stoel. Gehurkt vraag ik in het Indonesisch of ik in het Duits verder mag praten. Habibie’s tweede vaderland is Duitsland en mijn Duits is beter dan mijn Indonesisch. 'Waar komt u vandaan?', vraagt hij in het Engels. 'Amerika?'
'Uit Nederland', antwoord ik in het Indonesisch.

eierrapers Panua

Hoofdstuk 10:

'Op Panua, op papier een reservaat, houden we in de schaduw van de casuarinebomen twee eierdieven aan met in hun mand twee zojuist verzamelde eieren.

Molukkenboshoen

Hoofdstuk 14:

'Tot hun oksel strekken zij hun rechterarm de broedkuil in en vrijwel zonder uitzondering trekken zij een volwassen Molukkenboshoen uit de pijp in het zand omhoog.'

jonge zeekoe

Hoofdstuk 13:

'Mijn kennis van deze zoutwaterversie van onze zwart-witte weilandkoe neemt toe, als we van Simon een paar dagen later het bericht ontvangen dat in een naburig dorp door de lokale bevolking een zeekoe is gevangen. Met een touw om de staart, vastgeketend aan een houten paal dobbert het beest enkele tientallen meters uit de vloedlijn in het ondiepe water voor het dorp.

zicht op Waigeo

Hoofdstuk 15:

'Na vier uur varen verschijnen aan de horizon contouren van uit zee oprijzend land. In deze richting varend kan het niets anders dan Waigeo zijn.'

zicht op Seram

Hoofdstuk 14:

'De hoge bergen van Seram houden van oktober tot april de zware moessonregens uit het noorden tegen. Als in deze periode in het grootste deel van Indonesië aan de regens geen eind lijkt te komen, ligt Haruku beschermd in de luwte van Seram.'

terugkeer in Urbinasopen

Hoofdstuk 17:

'In het midden van de groep mensen op het strand staan zes meisjes in rieten rokjes met daarnaast een gitaarspelende jongen. Achter de meisjes staat dorpshoofd Melkianus in zijn mooiste overhemd.

Urbinasopen

Hoofdstuk 15:

'Rond alle huizen ligt een aangeharkt en vaak met een houten hekwerkje omheinde tuin. Op diverse plaatsen zijn tussen de huizen schelpen neergelegd als versiering. Deze kunstwerken, die soms enkele meters hoog en lang zijn, bepalen met het bijna witte zand in de straten het gezicht van het dorp.

goudextractie

Hoofdstuk 18:

'Het met een hamer fijngeslagen erts wordt, samen met vuistgrote stenen en kwik, door een man in de trommels gestopt. Na vier uur draaien wordt het puin weggegooid en giet de man het kwik in een kleine rode emmer af. Minuscule kwikbolletjes verdwijnen hierbij de rivier in.